• Ook tachtig jaar geleden werd er door gemeenten om de komst van het ziekenhuis gestreden.

    Regionaal Archief Alkmaar

TERUGBLIK: Er is geen nieuws onder de ziekenzon

ALKMAAR In 1930 werd de stad Alkmaar als een geduchte concurrent van de omliggende gemeenten afgeschilderd. In feite was dat ook waar, want Alkmaar maakte maar wat graag gebruik van het feit dat men meer geld in kas had en zich dus grotere investeringen kon permitteren. Denk daarbij aan scholen voor het voortgezet onderwijs, een gasfabriek en niet te vergeten een ziekenhuis.

Bob de Mon

Toen Alkmaar handelsscholen bouwde, in een omvang die door de buurgemeenten niet te betalen was, maakte het toenmalige gemeentebestuur daar maar al te graag misbruik van. Men verlangde van andere gemeente een bijdrage in de kosten afhankelijk van het aantal leerlingen dat werd ingeschreven. Dat stuitte uiteraard op verzet, maar Alkmaar hield de poot stijf. Het heeft geruime tijd geduurd alvorens de omliggende dorpen zich daarbij neerlegden. In Bergen maakte men bezwaar tegen het tarief dat hun slagers voor het gebruik van het Alkmaarse slachthuis moesten betalen. En zo ontstond het plan in Bergen een eigen abattoir te stichten. Buiten het feit dat Bergen een dergelijke investering niet kon opbrengen, werd men er door Alkmaar fijntjes op gewezen dat volgens de geldende 'vleeschkeuringswet' de omliggende gemeenten op het abattoir aan de Helderseweg waren aangewezen. Bergen wilde aanvankelijk ook geen gebruik meer maken van de Alkmaarse gasfabriek. Maar net als Heiloo en de toen nog zelfstandige gemeente Koedijk zag men in dat het geld in het gemeentelijke spaarvarken beter voor andere doeleinden kon worden gebruikt.
Een andere heikel punt was de bouw van een nieuw ziekenhuis binnen de gemeentegrenzen van Alkmaar. De geschiedenis herhaalt zich. Na een aantal heftige debatten met de buitengemeenten kwam men tot de slotsom dat er een grote, neutrale ziekeninrichting in Alkmaar tot stand moest worden gebracht. De motivatie was dat men kleine ziekenhuizen weliswaar overal kon bouwen, maar die zouden niet aan de eisen des tijds voldoen. ,,Men mist daar het kostbare en onontbeerlijke instrumentarium en de medewerking van een staf van specialisten. Een breed opgezet plan is zó kostbaar dat geen enkele buitengemeente zich dat kan permitteren.'' Bovendien zou een modern, groot ziekenhuis alleen voor de Alkmaarders veel te groot zijn. Een medische staf vol specialisten zou voor de Alkmaarse bevolking niet haalbaar zijn, maar wel voor Alkmaar en de wijde omgeving. Dus was men wel aangewezen op de bouw van een ziekenhuis in Alkmaar. Alles leek koek en ei toen in 1928 de voormalige Cadettenschool tot ziekenhuis werd verbouwd. Maar nog geen 2 jaar later begonnen de omliggende gemeenten te morren en onttrok men zich aan zijn financiële verplichtingen. Alkmaar trok echter aan het langste eind. De verpleegtarieven voor de weigerachtige gemeenten werden doodleuk verhoogd. En dat gaf weer aanleiding tot protest. ,,Alkmaar hanteerde nu een vechtmentaliteit en dat ondermijnt het vertrouwen in een goede samenwerking.'' De ziekenhuiskwestie zou zich ruim tachtig jaar later opnieuw afspelen. Er is dus geen nieuws onder de ziekenzon. En opnieuw is Alkmaar de winnaar van het duel.