• Het oude Stadsziekenhuis aan de Paternosterstraat, rechts de stadsapotheek.

    Regionaal Archief Alkmaar

Terugblik: een kale kikker heeft geen veren

ALKMAAR In 1929 werd aan de Wilhelminalaan het nieuwe Stadsziekenhuis geopend. Nou ja, nieuw? Dat was ook weer niet het geval want het werd ondergebracht in de oude cadettenschool. Daarvoor was het Stadsziekenhuis gevestigd aan de Paternosterstraat waar zich nu ongeveer De Vest bevindt.

Bob de Mon

De opening van het Centrale Neutrale Ziekenhuis, zoals het officieel ging heten, ging niet zonder enig protest gepaard. Vooral het Armenbestuur had zo zijn bedenkingen. Werden onvermogende Alkmaarders in het Stadsziekenhuis opgenomen, dan betaalde het Armenbestuur voor die tijd vijftig cent per dag en de gemeente een rijksdaalder. In de nieuwe situatie moest het Armenbestuur echter het volle pond betalen. Werd zo'n patiënt in een barak opgenomen, dan moest er zelfs vier gulden per dag voor betaald worden. Wanneer een armlastige patiënt werd opgenomen, dan ging het Armenbestuur evenwel eerst na of het gezin zelf iets aan de verpleging kon bijdragen. In dat geval werd met het ziekenhuis een regeling getroffen.

In Alkmaar bevond zich ook nog het St. Elisabeth-ziekenhuis. Dat was streng rooms-katholiek. Zo streng zelfs dat er in principe alleen maar katholieke patiënten werden opgenomen, tenzij de doktoren opname van niet-katholieken noodzakelijk vonden. Bij de opening van het nieuwe ziekenhuis werd de opnamevergoeding voor onvermogende patiënten voor beide ziekenhuizen gelijkgesteld. En daar zat hem volgens de critici nu juist de crux. In het Centrale Neutrale Ziekenhuis werkte personeel dat veel meer loon uitbetaald kreeg dan de nonnen in het St. Elisabethziekenhuis. Die kregen veelal alleen wat zakgeld uitbetaald. Hoe dan ook, na het invoeren van de nieuwe regeling moest het Armenbestuur veel dieper in de buidel tasten. Nu was het wel zo, dat de gemeente Alkmaar alle eventuele tekorten zou moeten bijpassen, maar dat was de eer van het Armenbestuur te na. Dat wilde niet al hun pecunia in een bodemloze put storten, want het was al meteen duidelijk dat het toegedachte jaarbudget, dat met 70.000 gulden werd verhoogd, lang niet toereikend was. Het jaar daarvoor had het Armenbestuur 34.861 gulden aan de beide ziekenhuizen uitbetaald en dat zou nu zes keer zoveel worden. Het was voor de betrokken patiënten natuurlijk ook niet prettig om, in geval van ziekenhuisopname, bij het Armenbestuur te moeten aankloppen omdat zij zelf niet het volle bedrag konden ophoesten. In die tijd waren veel armlastigen ook nog eens niet tegen ziekenkosten verzekerd.

Het Armenbestuur formuleerde dat als volgt: 'De goede wil is er dikwijls wel. Maar in veel gevallen ontbreekt de mogelijk om iets bij te betalen. In het begin betaalt men nog wel, maar spoedig wordt om uitstel gevraagd. Daarna blijk het bijna onmogelijk het achterstallige bedrag te innen. Goedwillenden kunnen dikwijls niet betalen en de onmaatschappelijken, die het niet deert helemaal op de gemeenschap te teren, redeneren dat het Armenbestuur er goed voor is. Verhaal is mogelijk, maar van een kale kikker zijn nu eenmaal geen veren te plukken.'