• Vroeger konden er gewoon autobussen over de vlotbruggen zoals hier bij De Kooij.

    Regionaal Archief Alkmaar

Ook toen al wilde het niet echt vlotten

KOEDIJK Op zaterdagochtend 13 december, om 09.20 uur, meende de chauffeur van een splinternieuwe autobus van het merk Ford, dat hij zonder brokken over de vlotbrug van Koedijk kon rijden. Het was in die tijd nog heel gewoon dat autobussen over de vlotbruggen reden. Toch ging het deze keer mis.

Bob de Mon

De brug oprijden, verliep nog zonder mankementen, maar toen de bus aan de westzijde tegen de helling opreed, brak plotseling de brug. Het drijvende gedeelte raakte lek en begon angstvallig snel te zinken. Door een flinke dot gas te geven wist de chauffeur echter nog net de achterwielen op de schuine oprit te krijgen. Daarmee voorkwam hij dat 12 volwassenen en 2 kinderen te water raakten en een zekere verdrinkingsdood tegemoet moesten zien. De chauffeur viel aanvankelijk niets te verwijten. Officieel was het gebruik van de vlotbrug tot maximaal 4000 kg toegestaan en de bus woog met passagiers nog geen 3000 kg. Aanvankelijk dacht men dan ook dat de brug wat gemankeerd moest hebben. Maar een nader onderzoek zou anders doen vermoeden.

Men kwam tot de volgende conclusie: 'Vermoedelijk kwam het door te snel rijden op de brug. Daar wordt weliswaar op toegezien, maar het kan niet altijd worden voorkomen. Hetgeen afgelopen zaterdag bij de Koedijker Vlotbrug gebeurde, kwam in geen tien jaar voor. Dankzij de harde arbeid van Rijkswaterstaat (RWS) kon enige uren na het ongeval de brug weer in gebruik worden genomen.' (Daar kan men tegenwoordig nog een puntje aan zuigen! Red.)

Toen het ongeluk gebeurde, waren de vlotbruggen over het NH-kanaal ruim 100 jaar oud. De ontwerpen van Jan Blanken dateren namelijk uit 1824. Er lagen er oorspronkelijk acht van RWS in het kanaal. Namelijk bij West Grafdijk, Alkmaar, Koedijk, Burgerbrug, Sint Maartensbrug, de Stolpe, 't Zand en De Kooij. Nummer negen lag in Den Helder, die was echter niet van RWS, maar van de gemeente Den Helder. Hoewel de brug in De Kooij lichter van constructie was, konden daar zelfs autobussen overheen.

Men was in 1930 al lang van mening dat de vlotbruggen uit de tijd waren en hoognodig vervangen moesten worden. Men had in 1824 niet kunnen voorzien dat paard en wagen zouden worden vervangen door de veel zwaardere en snellere vrachtauto. Anno 1930 waren vlotbruggen dan ook een fikse belemmering voor het wegverkeer en de scheepvaart. Vooral de Schermervlotbrug, die de Bierkade verbond met het Schermer Eiland werd als hinderlijk verkeersobstakel gezien. In die tijd was men van mening dat, wanneer RWS en de gemeente Alkmaar elkaar niet dwars hadden gezeten, er al lang een goede brugverbinding over het kanaal zou zijn. De onenigheid ontstond toen RWS in 1922 de oude Friesche Brug verving door en nieuwe brug, die zo smal was dat er maar eenrichtingsverkeer over mogelijk was. En dat voor de enige brugverbinding tussen West-Friesland en Kennemerland, die geschikt was voor zwaarder vrachtverkeer. Het autobusongeluk op de Koedijker Vlotbrug zou overigens ook een politiek staartje krijgen. Daarover de volgende keer.