• De heer Olthof in het archief.

    Alef Starreveld

Onbekende periode uit geschiedenis: weeskinderen voor Napoleon

ALKMAAR Hoe Napoleon omging met Alkmaarse weeskinderen, is bron van onderzoek voor George Olthof. Zijn interesse voor Napoleon dateert van vorig jaar toen op de Voert in Bergen de Slag om Bergen werd nagespeeld. Bij zijn bezoek aan het archief bleek dat Napoleon en de Alkmaarse weeskinderen een onontgonnen terrein is. 'Een goudmijn vol nieuwe informatie', aldus Olthof.

Karel Beentjes

Sinds een jaar heeft Olthof zich nu verdiept in dit onderwerp. Hij houdt er zijn eigen website over bij die te vinden is op www.gjolthof.com met een schat aan informatie. Zijn onderzoek heeft hij gepubliceerd op de website met het boek Weeskinderen Velites van Alkmaar, in pdf te downloaden. 'Voor een echte boekuitgave bestaat geen interesse', denkt Olthof. Voor zijn studie raadpleegde hij het digitale bestand van het N.I.M.H., het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

Lodewijk, de broer van Napoleon en koning van Nederland, liet Alkmaarse wezen zich in 1609 verzamelen voor het Koorhek in de Grote Kerk om ze te laten toetreden tot Napoleons leger. Buiten verzamelen kon wezenoproer oproepen. Dat was in andere plaatsen al gebeurd. Er verzamelden zich 46 wezen, afkomstig uit het Burgerweeshuis en het R.K. Weeshuis. Later deserteerden 9 wezen. 'Ik heb hun namen gevonden in krantenadvertenties', aldus Olthof. Het gaat om Cornelis Tin, Jan Kos, Jacob Schrieke, Arie Leegwater, Jan Horendijk, Maurits Langedam, Lauwrens Terdie, Jacob Stokking en Jacobus Verwer. De wezen zijn tussen de 16 en 21. De advertenties richten zich op de wezen: 'De jongelingen worden op het vriendelijkst doch tevens op het ernstigste aangemaand ten spoedigste zich weder onder regenten en diaconieën vernoemd te begeven; zullen die jongelingen, welke zich aan deze vaderlijke oproepingen onttrekken, aan zichzelf alleen te wijten hebben, de nadeelige gevolgen welke uit hun achterblijven zouden kunnen voortvloeien.' Drie gevluchten worden later weer opgepakt.

Napoleon vond zijn broer Lodewijk te soft en Nederland werd vanaf 1810 deel van het Franse Rijk. Napoleon vond dat wezen alleen tot last waren en liet ze allen toetreden tot zijn leger. De wezen liepen naar Versailles, waar ze in twee jaar getraind werden voor het front. Ze liepen daarna naar Leipzig, Rusland en Waterloo om daar te vechten. Volgens het onderzoek van Olthof waren 5500 Nederlandse wezen in Franse dienst, 5000 kwamen om. Twee keer zo veel als tot nu toe vermoed. 75 Alkmaarse wezen gingen naar het front voor Napoleon. Slechts 15 keerden terug. Pieter Zwanenburg van het Alkmaarse Burgerweeshuis, geboren 21-8-1794, ingezet door Napoleon. Een echte Hollandse jongen volgens zijn persoonskaart: blond haar en blauwe ogen. Via het Brussels hospice departement Zuiderzee kreeg hij een aanstelling als jager voor 10 gulden en vocht voor Napoleon op meerdere plekken voor het Corps Velites, ook tijdens de Slag bij Waterloo. Zwanenburg overleed in het hospitaal op 4-2-1821, 26 jaar oud. 'Napoleon en Nederlandse weeskinderen verdienen meer onderzoek. Mijn Alkmaarse onderzoek is te beperkt voor algemene uitspraken', besluit Olthof.