• Kom ook langs. De toegang is gratis.

    Museumgemaal Wilhelmina

Nieuwe expo bij Museumgemaal belicht oorlogsperiode

SCHERMERHORN Museumgemaal Wilhelmina aan de Molendijk 9 heeft sinds afgelopen weekend een nieuwe expositie in huis. Dit keer gaat het over oorlog in de polder onder de titel 'Water als Wapen'. De expo is elke zondag in juli en augustus én tot en met 15 september gratis te bezoeken tussen 11.00 en 17.000 uur. Een vrijwillige bijdrage wordt op prijs gesteld.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vele polders twee keer onder water gezet. In 1940 als verdediging tegen het invallende Duitse leger en in het voorjaar van 1944 nogmaals toen de bezetter het water opnieuw als wapen gebruikte. Dit keer duurden de inundaties niet alleen veel langer, ook gingen zij gepaard met veel gesteggel. Polderbesturen probeerden de schade zoveel mogelijk te beperken, maar het militaire belang trok steeds aan het langste eind. Het opblazen van de IJsselmeerdijk in de Wieringermeer in april 1945 was een zinloze oorlogsmisdaad.

Ook elders werd gedreigd dijken te laten springen, zoals de Waterlandse Zeedijk, waarin het Duitse leger al gemetselde putten had aangebracht. Hoe kwamen de polders rond de Schermer de oorlog door? Welke maatregelen namen zij toen steeds grotere tekorten ontstonden aan dieselolie, elektriciteit en steenkool? Hoe gingen zij om met de inundaties? Hierover gaat de tentoonstelling 'Water als wapen, oorlog in de polder'. Foto's, kaarten en memorabilia roepen een schokkend beeld op van het dubbele gevecht om droge voeten. Tegen de bezetter en vooral tegen het water. Gelukkig kwam de bevrijding in mei 1945 net op tijd. Anders was westelijk Nederland bij de eerste de beste regenperiode zeker onder water verdwenen.

Een stukje geschiedenis: mei 1940: Onder de dreiging van een naderende oorlog werden ook op het gebied van de waterstaat voorzorgsmaatregelen genomen. Gemalen dienden zelfs te worden gecamoufleerd. Het bestuur van de Schermer vond dat voor de elektrische gemalen in de polder niet nodig, omdat deze 'het landelijke karakter hadden van een stolphoeve'. Wel werden zanddepots langs de ringdijk aangelegd en een dijkleger ingesteld. Toen het Duitse leger ons land binnenviel,
werden in Noord-Holland vrijwel onmiddellijk de speciale inundatievoorzieningen van de Stelling van Amsterdam open gezet om polders onder water te laten lopen. Dit kwam er op neer dat het land zo'n 40 tot 70 cm werd blank gezet, zodat de vijand net niet kon rijden of varen. Om de inundatie te laten slagen, werd het boezempeil met ruim 40 cm verhoogd door extra water vanuit het IJsselmeer in te laten. Een deel van de Beemster, de Starnmeer en Kamerhop, de Graftermeer, de Eilandspolder en nog meer polders overstroomden binnen enkele dagen. Met name de Zeevang werd zwaar getroffen. De meeste polders waren echter in de maand juni alweer droog. Dat zou vier jaar later anders zijn.


Het Nederlandse bestuursapparaat werd grotendeels onaangetast gelaten. Wel kwam er Duits toezicht op de Haagse departementen in de vorm van vier Generalkommissare. Waterstaat viel onder Finanz und Wirtschaft en stond onder leiding van Wasserstrassenbevollmächtigde dr. Hans Kiel. Het waterschapsbestel werd met rust gelaten. Als voorheen bleef de provincie belast met het toezicht op de vele honderden waterschappen. Die kwam wel onder leiding van Commissaris der Provincie mr. A. J. Backer (NSB). De waterschapsverkiezingen gingen gewoon door, maar Backer zorgde regelmatig voor NSB-benoemingen in polderbesturen. Natuurlijk moesten Joden ver
Link naar PDF bestandtrekken. In Noord-Holland ging het om een enkele persoon, M. B. Nijkerk, vice-voorzitter van een polder bij Amsterdam. Vele polderbesturen deden er alles aan om hun personeel tegen de Arbeitseinsatz in Duitsland te beschermen door te verklaren dat ze volkomen onmisbaar waren. Voor de tweede keer kopje onder.

Voorjaar 1944 ging de Duitse Wehrmacht over tot het inunderen van polders en natuurlijk werd hier gebruik gemaakt van de voortreffelijke voorzieningen van de Stelling van Amsterdam. De waterschapsbesturen werden in februari over de plannen geïnformeerd. In samenspraak met Provinciale Waterstaat en de Wasserstrassenbevollmächtigde probeerden zij de schade zoveel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door het aanleggen van nooddijken om het blank te zetten gebied zo klein mogelijk te houden. In maart gingen een deel van de Beemster, de Starnmeer en Kamerhop, de zuidkant van de Eilandspolder, de Westwouderpolder (het eiland De Woude), de Zeevang en nog een hele serie andere polders
voor de tweede keer kopje onder. Het is een doffe ellende die tot mei en juni 1945 zal duren. In het diepe poldertje Kamerhop bij Spijkerboor was de schade het grootst. Daar stond het water twee meter hoog en tijdens een storm stortten de muren van de stolpboerderij van de familie Marrees in. De stolp gaat verloren en wordt niet meer herbouwd. Gré Ris (Koster) weet nog hoe zij als klein meisje de boerderij moest verlaten. Ook de twaalf koeien werden geëvacueerd. Ze weet niet meer waarheen. Toen Gré Ris na ruim een jaar terugkeerde, zag ze een bruine polder. Weliswaar droog, maar helemaal onder de prut.

Een bijzonder groot probleem vormde de schaarste van gasolie. Polders met een dieselgemaal lieten soms hun gemaal van elektromotoren voorzien of vroegen een naburige polder de bemaling over te nemen. In september 1944 waarschuwde het provinciale elektriciteitsbedrijf al voor het uitvallen van de stroom. Toen lieten diverse waterschappen met een elektrisch gemaal snel oude poldermolens weer maalvaardig maken. Stoomgemalen werden gestookt op hout van gekapte bomen. De Schermer kwam er relatief gunstig doorheen, maar deze polder had dan ook een uitgekiende waterinfrastructuur met een eigen binnenboezem. Toch startte men ook daar het opknappen van drie molens, een klus die onmiddellijk werd gestaakt zodra de bevrijding in aantocht was. Willem Schermerhorn (Grootschermer) herinnert zich dat hij als jongen met de kano vanaf z'n ouderlijke stolpboerderij aan de Middenweg over het laagste deel van de polder Noordeindermeer naar Noordeinde kon peddelen, omdat daar het elektrisch gemaal was stilgevallen.

Een ding is zeker, een polder moet droog en veilig zijn en water behoort niet te worden ingezet als wapen. Noch door een verdediger, en al helemaal niet door een agressor. Een polder onder water zetten is een zinloze daad, is een verschrikking. Het beeld van een overstroomde polder wordt niet licht vergeten. Het is een geschiedenis om te onthouden.