• In het midden de twee hulpkeurmeesters, G. van de Wetering en G. van der Meulen bij hun 25-jarig jubileum.

    Regionaal Archief Alkmaar

Het koeienmoordpaleis van Alkmaar

ALKMAAR Er is de laatste tijd flink wat ophef over het vlees dat in de schappen van de supermarkt terecht komt. In Engeland werd onlangs ontdekt dat, door winkeliers bedorven en teruggestuurd, kippenvlees gewoon weer in de handel wordt gebracht. In België mag het slachthuis dat schandalig ruw met het slachtvee omging, nu weer uitbreiden. In Nederland aten we paard in plaats van rund. Toch is het gesjoemel met vlees niet nieuw.

Bob de Mon

Ga mee terug naar het jaar 1908 toen de gemeenteraad van Alkmaar ook over de slechte hygiënische toestanden in het slachthuis aan de Helderse weg vergaderde. In de krant staat een gekscherend verslag over deze vergadering, die kennelijk op een snikhete dag werd gehouden. ,,Onze vroede vaderen hebben weer heel wat afgewerkt! Zomaar eventjes 19 punten en dat met een temperatuur waardoor de stijfst gesteven boord als een natte doek om de hals kleeft. Toch waren ze allemaal present. Een bewijs dat Alkmaars gemeentebelang bij de vroede vaderen boven alles gaat. Er werd heel wat afgepraat. Meer dan normaal zelfs. Van sommigen gingen de sluizen der welsprekendheid wijder open dan de hemelsluizen die in de middag enige verkoeling brachten. Een der interessantste debatten leverde ons onvolprezen slachthuis op. Ondanks alle schatten aan geld die er ingestoken zijn, schijnt er aan het koeienmoordpaleis nog veel te ontbreken. Het moet er soms bar druk zijn. Aan de vroede vader Luiting, die tijdens deze vergadering zeer welbespraakt was, hebben we het te danken dat we van al die slachthuisbedrijvigheid iets meer te weten zijn gekomen. Zo vernamen we dat de twee hulpkeurrmeesters soms een dag maken van 14 uren. Dat was vroede vader Van Buisen zelfs te kras, terwijl hij liever 10½ dan 10 uur per werkdag zag ingevuld. Verder kwamen we te weten dat diezelfde hulpkeurmeester ook beëdigd huidenweger zijn. Dat vond vroede vader Glinderman maar een baantje van niks. Vroede vader Van den Bosch toonde aan dat het tegen de vliegen bedekken van het vlees soms veel te wensen overlaat. Zo deelde hij mee dat de Alkmaarse burgerij een kuip vlees te verorberen kreeg, die daarvoor had liggen te besterven onder een zogeheten slobberdoek. Een doek die normaal gebruikt wordt voor het afdekken van slachtafval, zoals fecaliën. Al even mooi was wat vader Fortuin vertelde. Namelijk dat er nog steeds vanuit het slachthuis ongekeurd vlees naar de Alkmaarse slagers wordt gesmokkeld. Deze vroede wil daarom scherper politietoezicht hebben en hij heeft groot gelijk, anders wordt het slachthuis een nog groter paskwil (rommeltje) dan het al is. Bovendien is het een gepaste werkverschaffing voor onze heren politieagenten."
Overigens ging de consument ook niet zo hygiënisch met vlees om. Veel huisvrouwen gebruikten salicylzuur, een antioxidant, om rauw vlees langer houdbaar te maken. Dat was niet alleen bitter van smaak, het was ook nog eens schadelijk voor de maag. Wie 'beter' vlees op tafel wilde, werd aangeraden het dik in te smeren met dierlijk vet en het daarna hangend te bewaren. Mocht er ondertussen wat bloed uit lekken, dan moest men de vetlaag gewoon herstellen. Geen frisse bedoening.